Kasteel Nijenborgh

Beschrijving van het kasteel

In de 15e eeuw werd nabij de noordelijke stadspoort van Weert het nieuwe kasteel gebouwd. Niet lang daarvoor, vermoedelijk in het begin van de 15e eeuw, had Weert stadsmuren gekregen. Het nieuwe kasteel diende niet alleen als woonplaats voor een adellijke familie maar maakte ook deel uit van de stadsverdediging. Wanneer met de bouw van het de Nijenborgh is begonnen is niet geheel duidelijk. In 1432 was de bouw al vergevorderd. In dat jaar werden drie zolders afgewerkt en werden vier veldovens aangelegd, elk voor 47.000 bakstenen. Vanaf 1457 of 1458 werd de Nijenborgh bewoond door de heer van Horne. Uit omstreeks 1472 is een aanzicht van het kasteel bekend waarop het als voltooid wordt weergegeven. Sinds 1450 mochten de eigenaar, van Horne, zich ook graaf noemen en het kasteel weerspiegeld dan ook de hoge adellijke positie die de heren van Horne ambieerden/bekleedden. Het geslacht van Horne kwam echter door diverse oorlogen in financiële problemen. Om aan geld te komen moesten ze in 1487 hun heerlijkheid Weert verpanden aan de Van Meurs. Graaf van Horne probeerde het kasteel in 1494 met een belegering weer terug te krijgen. Dit mislukte, pas na betaling in 1495 kreeg hij het kasteel terug.

De Memorietafel van Johanna van Meurs uit 1472
In 1472 werd een memorietafel gemaakt ter herinnering aan Johanna van Meurs. Op de achtergrond -rechtsboven- is de Nijenborgh inclusief de voorburcht afgebeeld vanuit het zuiden. Op deze afbeelding bestaat de hoofdburcht uit een hoofdgebouw met zadeldak en aan de zijde van de binnenplaats grote hoge vensters. Ten westen en oosten staan haaks op het hoofdgebouw twee korte vleugels die even hoog reiken als het hoofdgebouw, enkel het dak van deze vleugels is lager. In het verlengde van de vleugels worden lage daken afgebeeld van aanbouwen. Haaks op het hoofdgebouw is het dak van een kapel met halfrond koor zichtbaar. Helemaal rechts de paterskerk.

Van de vier hoektorens van de hoofdburcht zijn er drie zichtbaar op de afbeelding. De zuidelijke en noordelijke toren hebben een vierkant grondplan en zijn hoog oprijzend. De noordelijke toren (rechts van het hoofdgebouw) is ongeveer even hoog als het muurwerk van de zaalbouw en heeft arkeltorens op de hoeken. Het dak is spits toelopend en vormt het hoogste deel van het kasteel. De zuidelijke toren heeft een omgang met arkeltorens op tweederde van de hoogte. Vermoedelijk is dit de ‘Landteren thoren’ lantarentoren. Een lantaarn is een opengewerkte torenspits. De lantaarn (of ronde) bezat maar liefst 70 vensters. Ter hoogte van de dakvoet worden nog eens vier arkeltorens afgebeeld. De oostelijke toren is rond van vorm (grondplan) en een stuklager; nauwelijks hoger dan de ringmuur. Van de westelijke toren is enkel het puntje van een torenspits zichtbaar. Afgaande op deze afbeelding zou deze toren veel hoger reiken als de ronde oosttoren. Op een van de gebouwen bevond zich een uurwerk met wijzerplaat.

Van de voorburcht is met name het poortgebouw aan de Biest met twee uitkragingen zichtbaar. Aan de west- en oostzijde van het zadeldak lijkt een trapgevel aanwezig te zijn. Op de zuidhoek van de voorburcht wordt (vermoedelijk) een kleine, lage hoektoren weergegeven. Op de oosthoek staat een gebouw, een hoektoren wordt niet afgebeeld. Ten westen van het poortgebouw is een muur met doorgang afgebeeld die toegang verleende tot de kasteelbrug/hoofdburcht.

Omstreeks 1565 werd Weert opgemeten door Jacob van Deventer. Het kasteel zelf mocht hij niet betreden. Zijn weergave van het kasteel moet dan ook gebaseerd zijn op het aanzicht van buiten. Op de kaart lopen de grachten door tot aan de kasteelmuren; er is geen voorland. Vanaf de straat Biest naar de voorburcht was een brug gelegen. Opvallend is een voorpoort aan de landzijde. Het heden nog bestaande poortgebouw aan de overzijde van de brug is moeilijk te herkennen maar lijkt wel al aanwezig te zijn. De ommuring van de voorburcht wordt weergegeven met een slordige dikke oranje kleur. De dikte van de lijn is dusdanig dat het (normaliter) zou staan voor bebouwing. Hoektorens zijn niet of nauwelijks herkenbaar.
Tussen de voor- en hoofdburcht bevond zich een gracht met brug. De hoofdburcht zelf wordt enigszins vreemd weergegeven, in vergelijking tot de memorietafel uit 1472. Van Deventer geeft bebouwing tegen de zuidelijke muur van de hoofdbucht weer, hoewel die daar (afgaande op jongere kaarten en de afbeelding uit 1472) niet was. Een westvleugel tegen de hoofdbouw ontbreekt. Vanaf de hoofdburcht geeft Van Deventer een brug naar de stad weer, direct naast de zuidelijke toren. Aan de stadszijde wordt een stadsmuur weergegeven; hier bevond zich een kleine stadspoort/doorgang. Opvallend is een brug vanaf de noordwesthoek van het kasteel naar de overzijde, waar een gebouw op de hoek van de stadsgracht met de kasteelgracht wordt afgebeeld. Een beer op deze locatie (zoals op de kaarten uit 1643 en 1703) ontbreekt. Ten noordoosten van het kasteel wordt de Tiendschuur weergegeven; een L-vormig gebouw. Vanaf de Tiendschuur was een straat naar de Biest.

Met speciale dank aan:
  • Wikipedia

Geschiedenis en bewoners

De heren van Horn die hun stamslot hadden in Horn, behoorden tot de voornaamste adel in de Nederlanden. Toen ze vanaf de 12e eeuw het voogdijschap over Weert verwierven, besloten ze om hun zetel te verplaatsen naar die stad en bouwden hiervoor de Aldenborgh. Omdat dit kasteel in 1455 niet meer aan de eisen van die tijd voldeed werd besloten om een nieuwe burcht te bouwen. Het verrees op enkele honderden meters van de Aldenborgh, tegen de stadsomwalling van Weert en ze noemden dit de Nijenborgh (Nieuwe Burcht). De Aldenborgh werd in 1461, toen de nieuwe burcht klaar was, geschonken aan de Minderbroeders.

De eerste bewoner van de Nijenborgh was Jacob I van Horne, die in 1450 op Kruistocht was geweest in het Heilige Land. Als beloning hiervoor werd hij tot ridder geslagen door Frederik III en mocht hij voortaan de titel “Graaf van Horn” dragen. Een van zijn zonen, Jan van Horne geboren in 1458, werd de latere prins-bisschop van Luik. Een andere zoon, Jacob II van Horne, werd in 1472 zijn opvolger als heer van Weert en graaf van Horne. Jacob I nam toen zijn intrek bij Minderbroeders in de Aldenborgh.

Philippe de Montmorency

De meest bekende nazaat van de van Hornes was Philippe van Montmorency. Hij was de zoon van Jozef van Montmorency, graaf van Nevele en was in zijn jonge jaren eerst page, later kamerheer aan het hof van keizer Karel V. Zijn moeder Anna van Egmont, hertrouwde met Jan van Horne (1480-1540). Philippe werd in 1540 door een beschikking van zijn stiefvader eigenaar van de Nijenborgh, het graafschap Horne en de heerlijkheden Heusden, Altena en Weert naliet. Hij was gehuwd met Walburgis van Nieuwenaer, een welgestelde edelvrouw. Hij maakte snel carrière, in 1555 stadhouder (legeraanvoerder) van Gelre en in 1556 Ridder in de Orde van het Gulden Vlies.

[tijdgenoot name="Philippe de Montmorency" slug="philippe-de-montmorency"] in zijn Gulden Vlies habijt

In 1558 volgde hij Maximiliaan II van Bourgondië op als admiraal van de Nederlanden en in 1559 was hij admiraal-generaal van de Spaanse vloot en begeleide hij in die functie Filips II naar Spanje. Door zijn grote successen werd hij benoemd tot lid van de Raad van State. In deze hoedanigheid behoorde hij later, samen met Willem van Oranje, Lamoraal van Egmont en Brederode, tot de kopstukken van het verzet tegen het beleid van de kardinaal Antoine Perrenot Granvelle, bisschop van Atrecht, die de inquisitie (vervolging van de protestanten) invoerde in Vlaanderen. Filips II stuurde in 1566 de hertog van Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen na de Beeldenstorm. Willem van Oranje ontvluchtte hierop Brussel; Egmont en Horne besloten niet te vluchten. Alva liet vrijwel direct na zijn aankomst de graven Egmont en Horne arresteren. Op 5 juni 1568 werden beide edellieden onthoofd op de Grote Markt van Brussel. Filips van Montmorency werd begraven in de Sint-Martinuskerk in Weert. De titel Graaf van Horne ging over op zijn jongere broer Floris die echter in 1570 ook om het leven werd gebracht na een missie van de Spaanse koning. Gravin Anna Walburgis van Nieuwenaar (de vrouw van Philippe de Montmorency) laat in haar testament de heerlijkheid Weert na aan Sabine van Egmont (dochter van Lamoraal van Egmont) en van daaruit komt het in bezit van de prinsen van Chimay uit Henegouwen.

Tachtigjarige Oorlog en later

Met de onthoofding van de laatste graaf van Horne in 1568 was de rol van deze familie uitgespeeld en kwam Weert onder direct Spaans gezag. Vanaf 1569 diende het kasteel als woonplaats voor de gouverneur, hoofd van het daar gelegerde garnizoen. De nieuwe heren en vrouwen van Weert, de prinsen en prinsessen van Chimay, verbleven elders. Naast residentie werd het kasteel ook gebruikt voor het onderbrengen van troepen. In 1572 was de stad Weert in handen van Staatse troepen en werd het kasteel door hen belegerd. Volgens een beschrijving van een Spaanse militair die de belegering meemaakte was het kasteel niet gebastioneerd, ofwel omgeven door aardwerken, en daarom moeilijk te verdedigen.12 De Spaanse bezetting van het kasteel bestond uit enkele tientallen soldaten. Een gebouw op de voorburcht wordt gebruikt om levensmiddelen in op te slaan. Nadat deze goederen naar de hoofdbucht zijn overgebracht werd het gebouw in brand gestoken en de voorburcht verlaten. De Staatsen hadden ondertussen het kasteel omgeven met loopgraven en beschoten het met niet minder dan 14 stuks artillerie. Bij deze beschieting werd een toren van het kasteel flink beschadigd (welke toren bedoeld wordt is niet op te maken uit de beschrijving). Ook wisten de Staatsen de gracht om het kasteel droog te leggen waarna ze een tweetal pogingen tot bestorming waagden. Dit liep echter op niets uit. Vervolgens werden enkele mijnen gegraven maar die werden door de verdediging buiten werking gesteld. Na 40 dagen en diverse mislukte pogingen tot bestorming werd het beleg tenslotte afgebroken. Volgens opgave van de Spaanse auteur hadden de Spanjaarden acht manschappen te betreuren terwijl de Staatsen 800 manschappen hadden verloren. Dit laatste aantal lijkt sterk overdreven maar dat er slachtoffers zijn gevallen is duidelijk. Uit de beschrijving van de belegering van 1572 blijkt dat naast het poortgebouw nog een gebouw op de voorburcht stond. Mogelijk wordt hiermee het gebouw bedoelt in de zuidoosthoek van de voorburcht zoals aangegeven op de memorietafel uit 1472.
Eind 1578 waren het kasteel en de stad Weert in Staatse handen, maar in februari 1579 werd het weer terugveroverd door het Spaanse gezag. Gegevens over de verovering zijn niet bekend, enkel dat een aantal Staatse soldaten in de vensters van het kasteel werd opgehangen.
De gevechtshandelingen van 1572 en mogelijk ook 1578 en gebrek aan onderhoud hadden geleid tot schade aan het kasteel. In 1605-1607 vonden dan ook grote herstelwerkzaamheden plaats. Uit de rekeningen van de rentmeester kunnen diverse details worden afgeleid. De gracht kon door het slopen van de sluis (en de wederopbouw) worden leeggelaten. Dit vergemakkelijkte de bouwwerkzaamheden aanzienlijk. Daarnaast wordt gewerkt met “batten” ofwel bekistingen bij het herstellen van de muurfundamenten en bruggen. Uit de grachten konden veel (bak)stenen worden geraapt en hergebruikt. Desondanks waren ook 25.000 nieuwe bakstenen nodig. Daarnaast werden 2200 blokken Sichener steen (mergelsteen) aangevoerd. De brug naar de voorburcht wordt vervolgens ‘steene brug‘ genoemd. De brug tussen de voor- en hoofdburcht heet ‘casteelbrugge’ en de brug vanuit de hoofdburcht naar de stad wordt omschreven als de brug ‘die afgaet naer die stadt’. Al deze bruggen moesten fors hersteld worden en voorzien van nieuwe optrekkende brugdelen. Afgaande op de beschrijvingen werden delen van de brug naar de voorburcht gemaakt van baksteen; waarschijnlijk betreft het de brugpijlers of het bruggenhoofd. Uit twee posten blijkt dat een deel van de muur om de voorburcht is omgevallen. Vooraan bij de brug naar de voorburcht wordt in 1608 een houten wachthuis geplaatst. Daarnaast werden de daken voorzien van nieuwe dakleien, put en de ‘horiloge’ (uurwerk) hersteld, vensters voorzien van nieuw glas en de secreten gereinigd. In 1632 kwam Weert nogmaals in handen van de Staatsen om na een jaar terugveroverd te worden. Over gevechtshandelingen is niets bekend. Bij de vrede in 1648 bleef Weert tot de Zuidelijke Nederlanden behoren.

De kaart van Janssens uit 1643

Op een kaart uit 1643 lopen de grachten door tot aan de kasteelmuren; er is geen voorland afgebeeld. De voorburcht wordt weergegeven met op alle hoeken kleine ronde torens. Tegen de binnenzijde van de muren om de voorburcht lijkt een aarden wal te zijn weergegeven, enkel bij de kasteelbrug wordt een doorgang weergegeven in het aardlichaam. Het valt op dat het poortgebouw niet of nauwelijks wordt weergegeven, ook een doorgang in het aardlichaam ontbreekt hier; ongetwijfeld een fout van tekenaar. De brug naar de voorburcht vanaf de Biest wordt weergegeven als een rode lijn. Vlak voor de poort is een onderbreking te zien; waarschijnlijk de locatie van de ophaalbrug.
De kasteelbrug bestaat uit een ononderbroken dunne rode lijn. De hoofdburcht bestaat uit vier torens (waarvan twee rond en twee vierkant), en een hoofdgebouw met twee vleugels. Op de binnenplaats bevindt zich de kapel. Opvallend is het ontbreken van een poortgebouw ter plaatse van de brug naar de stad. De brug vanuit de hoofdburcht naar de stad wordt weergegeven als een wit gekleurde, open lijn. Uit de rekeningen is bekend dat dit een houten brug was (mogelijk met een leien dak). In vergelijking tot de kaart uit 1703 (zie hieronder), lijkt de indeling van het kasteel schetsmatig, enkel op hoofdzaken, te worden weergegeven. Deze aanname wordt ondersteund door het ontbreken van de Tiendschuur ten noordoosten van de kasteelgracht op de kaart. Ten noordwesten van het kasteel, op de kruising van de stadsgracht met de kasteelgracht wordt een rode lijn afgebeeld. De rode lijn sluit de gracht af en komt uit op de stadsmuur naast een kleine ronde toren. Zeer waarschijnlijk is dit de sluis of beer waarvan sprake is in de rekeningen van de rentmeester. Tegenover de Hoofdpoort (een stadspoort) van Weert, ten zuidwesten van het kasteel, wordt een aarden dam in de gracht weergegeven. Enkel vlak voor de poort is de gracht nog open. Opvallend is dat tussen de Hoofdpoort en de sluis geen stadswallen en muren worden weergegeven.

De vernietiging van het kasteel
In 1702 werden in Weert in het kader van de Spaanse successieoorlog Franse troepen gelegerd. Een deel van de troepen, waarschijnlijk enkele honderden manschappen, werden op het kasteel ondergebracht. Ook werden diverse stallen op het kasteel opgericht. De vestingwerken werden opgeknapt, met name de palissades waren toe aan herstel.

Ten behoeve van het plaatsen van palissades werden ‘bijnaer alle fruijtboomen in bascour en garde (voorburcht) en fruijthof van ’t casteel’ gekapt. De palissades werden vervolgens geplaatst ‘rondomme veste en aent casteel’. De opmars van het geallieerde leger bleek niet te stoppen en om die reden trok het Franse leger zich terug op het beter verdedigbare Roermond. Een bezetting van zo’n 150 Zwitserse soldaten werd achtergelaten om de geallieerde opmars te vertragen. Genoodzaakt tot actie stuurde het geallieerde leger een detachement van circa 3000 of 4000 infanterie en 200 cavalerie naar Weert om de plaats met geweld in te nemen. Na korte gevechtshandelingen werd de stad ingenomen, waarna de Franse legereenheid zich (zoals gebruikelijk) terugtrok op het kasteel. Vervolgens werden kanonnen en mortieren op de stadswallen opgesteld om het kasteel te kunnen beschieten. Ook voor de poort naar de voorburcht werd een batterij opgesteld. Tegelijkertijd werd een loopgraaf aangelegd tot aan de gracht bij deze poort. Een bestorming was echter niet nodig, aangezien de bezetting zich na een dag beschieten overgaf. Aan geallieerde zijde vielen 8 of 9 doden, het aantal slachtoffers aan Franse (Zwitserse) zijde is niet bekend.
Na de verovering van Weert in 1702 werden door de geallieerde bezetting plannen opgesteld tot herstel en uitbreiding van de vestingwerken. Uit deze plannen kan afgeleid kan worden hoe het kasteel en omgeving er toen uitzagen.20 Aan de stadszijde tegenover het kasteel bevond zich een wal die in slechte staat van onderhoud verkeerde. De gracht was circa 12,5 m breed en de kasteelmuren waren (nog) 12,5 m hoog. Het kasteel zelf was nog hoger bewaard gebleven. In een rapportage uit 1704 maakt de militaire commandant ook gewag van een plan om het glacis buiten de kasteelgracht te verhogen. Hieruit blijkt dat de bedekte weg en glacis zoals afgebeeld op de kaart uit 1703 echt bestond. De commandant laat in 1704 palissades, bruggen, poorten, wachthuizen en barrières herstellen en zet boeren aan het werk om grondwerkzaamheden uit te voeren. Niet bekend is welke delen van de vestingwerken werden aangepakt. Echt grote investeringen in de vestingwerken blijven echter achterwege, ook de kasteelmuren zijn toen waarschijnlijk niet verlaagd.

De kaart van Van Nieburg uit 1703

Afgaande op een kaart van Weert en het kasteel uit 1703 (dus na het beleg) waren de grachten rondom het kasteel nog volledig open en liepen door tot aan de kasteelmuren. Alle drie de bruggen waren intact of hersteld. De brug vanaf de Biest naar de voorburcht bestaat op de kaart uit een gronddam met aan weerszijden daarvan een bakstenen muur (dit is de ‘steene brugge’). Het laatste deel van de brug, vlak voor de poort, wordt weergegeven met een kruis. Waarschijnlijk betekent dit dat hier een houten ophaalbrug was gelegen.
De muur rondom de voorburcht lijkt er niet goed vanaf te zijn gekomen. Het noordoostelijke deel, inclusief hoektoren is verdwenen en vervangen door een aarden wal met palissades (aangegeven met zwarte stippeltjes). Tegen de (resterende) noordelijke en zuidelijke muren bevindt zich een aarden wal. Deze wal ontbreekt aan de westzijde van de voorburcht. Mogelijk is deze ooit verwijderd om de tegenstander bij een beschieting vanuit de hoofdburcht minder dekking te geven. Ook de westelijke ronde toren wordt niet meer afgebeeld. Op de voorburcht wordt schetsmatig een gebouwtje en een resterende (fruit?)boom weergegeven.
De bruggen naar de hoofdburcht worden weergegeven met vlak voor de poortingang een kruis; de ophaalbrug. Afgaande op de plattegrond lijkt de hoofdburcht intact. Uit de beschrijvingen van het beleg blijkt echter dat dit niet klopt wat betreft het opgaande werk.
Aan de overzijde van de kasteelgracht, ten noorden en oosten daarvan wordt een bedekte weg en twee ravelijnen weergegeven (het terrein dat nu de schootsvelden wordt genoemd). Uit de beschrijving blijkt dat dit geen geplande vestingwerken zijn, maar dat deze daadwerkelijk bestonden. Iets verder verwijderd van het kasteel, ten noorden daarvan, bevond zich een duiventil; een adellijk statussymbool. Ten noordoosten van het kasteel bevond zich de Tienschuur; een L-vormig gebouw.

Op de kruising van de stadsgracht en de kasteelgracht ten noordwesten van het kasteel wordt een lijn afgebeeld met daarop een ronde rode cirkel; mogelijk gaat het om een beer met monnik. Een beer is een gemetselde dam in een vestinggracht die vaak werd voorzien van een spitse rand, de zogenaamde ezelsrug. Op de dam stond een ‘monnik’; een ronde, opstaande hindernis die het vrijwel onmogelijk maakte om over de beer te klimmen. In vergelijking tot de kaart uit 1643 lijkt het alsof de dam is verplaatst, richting het kasteel.
Uit de beschrijving blijkt dat in deze waterkering een sluis aanwezig was waarmee de waterstand in de grachten gereguleerd kon worden. Ten zuidoosten van het kasteel, parallel aan de weg Biest, wordt een greppel afgebeeld die in de gracht uitkomt.

Het verval van de ruïne
Het kasteel is na het beleg van 1702 provisorisch opgeknapt, afgaande op de kaart uit 1703. In hoeverre deze kaart betrouwbaar is, is onzeker, met name wat betreft de bruggen. Aangezien herstel te duur was werd het kasteel grotendeels overgelaten aan de elementen. De ruïne bleef ook na 1704 in eigendom van de heren van Weert; de prinsen en prinsessen van Chimay.

De kaart van Ferraris uit 1771-1778
Gegevens uit de 18e eeuw zijn schaars. Op de Ferraris-kaart uit 1771-1778 zijn de grachten rondom het kasteel nog open. De ommuring op de voorburcht wordt niet meer weergegeven. Op de voorburcht is een ronde cirkel afgebeeld; mogelijk een put. In de zuidoosthoek bevindt zich op deze kaart een gebouw. De brug naar de poort wordt weergegeven als een ononderbroken gronddam met aan weerzijden een stenen muur. Afgaande op deze kaart is de ophaalbrug naar de voorburcht dus vervangen door een volledige dam. De bruggen naar de hoofdburcht zijn verdwenen. De ruïne van de hoofdburcht wordt schematisch weergeven. Uit kaart is op te maken dat er wat bebouwing stond op de voorburcht. Als de weergave van de put klopt zou gedacht kunnen worden aan bewoning. De dam op de kruising van de stadsgracht en kasteelgracht is ook verdwenen, of wordt tenminste niet afgebeeld. De Tiendschuur is vermoedelijk schematisch weergegeven als een rechthoek met ten zuidwesten een put. Opvallend is een rode lijn aan de stadszijde tegenover het kasteel; dit doet voorkomen alsof de stadsmuur inmiddels was hersteld. Het is de vraag of dit echt is gebeurd.

De kadastrale minuut uit 1811-1832
De ommuring van de hoofdburcht wordt op de kadastrale minuut nauwkeuring weergegeven, evenals de zuidelijke toren (afb. 4 en 5). Deze toren, is rood ingekleurd, wat erop wijst dat de toren in gebruik was. De gracht tussen de voor-en hoofdburcht is nog aanwezig, wel lijkt rondom de hoofdburcht is een breed voorland gemaakt, hoewel dat niet helemaal duidelijk is. Vanaf de straat Biest bevindt zich een dam naar de voorburcht. De poort zelf wordt niet afgebeeld. Naast de straat Biest bevindt zich een greppel die uitkomt op de gracht.
De Tiendschuur wordt weergegeven als een klein gebouw met ten zuidoosten daarvan een langgerekte (aan)bouw.
In 1817 werd door de gemeenteraad besloten om de vestingwerken af te breken. Omstreeks 1824 werden de stadsgrachten half gedempt en tot bleekvelden bestemd. In 1933-1934 werden de resterende grachten volledig gedempt ten behoeve van de aanleg stadsriolering en singels.
In 1841 werd het kasteelterrein verkocht waarna de nieuwe eigenaar een woning liet bouwen ter plaatse van de zuidelijke toren. De kelder van deze toren bleef bij deze bouw gespaard. De rest van het terrein werd veranderd in een tuin waarbij grote delen van de ruïne gespaard bleven. De brug naar de voorburcht werd vervangen door een aarden dam. De grachten die oorspronkelijk tot aan de kasteelmuren doorliepen zijn in een brede strook rondom het kasteel gedempt. De gracht tussen hoofd- en voorburcht is compleet gedempt. De oostelijke ronde toren is opnieuw opgehoogd en voorzien van een dak. Op de funderingen van de voormalige schildmuur van de hoofdbucht is een nieuwe muur opgetrokken. De waterput en resten van de overige torens zijn ook nog aanwezig.

De kadastrale kaart uit 1895
De situatie op de kaart uit 1895 laat een gedempte tussengracht en een voorland om de hoofdburcht zien. De voorburcht bestaat uit een groot leeg terrein. Een overige verandering betreft bebouwing tegen de zuidelijk muur van de voormalige hoofdburcht. In 1923 werd het pand met tuin verkocht waarna de voorburcht gebruikt werd als houthandel van de familie Scheijmans. De situatie op de hoofdburcht veranderde niet wezenlijk. In 1933 en 1934 werden de stadsgrachten volledig gedempt en ontstond een situatie die vergelijkbaar is met de huidige.

Video’s

Op deze pagina hebben we een aantal reportages verzameld over de geschiedenis en bewoners van Kasteel de Nijenborgh. Ook staan er reportages van de archeologische werkzaamheden die uitgevoerd zijn in de periode juni t/m september 2021 in het stadspark en voorhof van het voormalige kasteel. Het archeologisch onderzoek op de voorburcht is een unieke en eenmalige gelegenheid. Na de herinrichting is een dergelijk onderzoek de komende generaties niet meer mogelijk. Om de inwoners van Weert op de hoogte te stellen en te houden van de onderzoeksresultaten is door de Weerter erfgoedgemeenschap een aantrekkelijk publieksprogramma ontwikkeld en zijn als onderdeel daarvan onderstaande weekjournaals gemaakt door Art-is communicatiebureau uit Weert.

Animatie gemaakt door Yves Paquay van kasteel Nijenborgh. Gebaseerd op de kaart van Weert door Nieburg uit 1703 en de memorietafel van gravin Johanna van Meurs en graaf Jacob I van Horne en zijn gezin uit 1472.

Een rondleiding (2015) met Thijs Scheijmans langs kasteel de Nijenborgh. In de ronde hoektoren een is een waterput te zien. In de kelder van het huidige woonhuis loopt een ‘geheime’ gang richting het centrum van Weert.

Deel 1 – De Weerter erfgoedgemeenschap presenteert een aantrekkelijk publieksprogramma met rondleidingen, een educatieproject, een online webcam, weekjournaals en een ‘Edutainment-documentaire’.

Deel 2 – Een terugblik op de eerste twee weken van de sanering en de archeologische werkzaamheden op de voorburcht van kasteel de Nijenborgh in Weert. Zo werd de tussengracht gevonden.

Deel 3 – De fundering van de buitenmuur en de hoektoren aan de Biest zijn gevonden op de voorburcht van kasteel de Nijenborgh in Weert.

Deel 4 – Het cultuureducatieproject ‘Graven naar de graven’ van stichting Ku+Cu (samenwerkende culturele oranisaties Rick, Museum W en het Munttheater) gaat van start. De intentie van dit project is om kinderen op een creatieve en authentieke manier kennis te laten maken met en te betrekken bij de geschiedenis van Weert.

Deel 5 – Fokko Kortlang blikt terug op de vondst van het economiegebouw en stallen op de voorburcht van kasteel de Nijenborgh in Weert.

Deel 6 – In de afgelopen week werd het fundament van het oorspronkelijke poortgebouw van kasteel de Nijenborgh blootgelegd. Het poortgebouw was veel groter dan oorspronkelijk werd aangenomen. Inmiddels zijn de restanten weer toegedekt met zand om een toegang naar het woonhuis te creëren.

Deel 7 – In de afgelopen week werd het fundament ontdekt van een enorm gebouw aan de achterzijde van de voorburcht.

Deel 8 – In de afgelopen week werd een sleuf gegraven. Daarin werd een akker aangetroffen. In die laag zat o.a. aardewerk uit de middeleeuwen. Ook werd er een weg gevonden met ernaast diepe watervoerende greppels.

Deel 9 – Een terugblik op de archeologische werkzaamheden op de voorburcht van kasteel de Nijenborgh in Weert. BAAC heeft tijdens het uitbreiden van de gracht bij kasteel Nijenborgh in Weert archeologisch begeleid. Tijdens de werkzaamheden sneed de graafmachine een stukje oude gracht aan. Een luid signaal van de metaaldetector en een schopsteek later stonden de collega’s met een zwaar ijzeren voorwerp in hun handen, dat uit de bodem van de gracht tevoorschijn was gekomen.

Deel 10 – De Italiaanse Renato Marcantonio studeert Middeleeuwse archeologie aan de Universiteit in Pisa. Hij wilde graag het verschil ervaren in Nederlandse en Italiaanse archeologie.

Deel 11 – Sjaak Mooren, archeoloog van BAAC, vertelt over de vondst van een kelder van een gebouw van ca. 7 x 3 meter aan de parkzijde aan de Biest. Mogelijk was dit een munitiedepot.

Deel 12 – Rob Gruben, founder van BAAC en dè kasteelkenner van Nederland, vertelt over het belang van de voorburcht van kasteel de Nijenborgh.

Deel 13 – Rob Gruben, founder van BAAC en dè kasteelkenner van Nederland, vertelt over de vondst aan de achterzijde van een groot gebouw. Wellicht zat er een trap naar de toren.

Deel 14 – Tim Beerens van BAAC vertelt over de opgraving aan de kasteelpoort. Is er een gang met een toegang onder de kasteelpoort?

Deel 15 – Op de voorburcht van kasteel de Nijenborgh is aan de achterzijde een fundament / kelder gevonden van en enorm gebouw. Archeoloog Sjaak Mooren van BAAC vertelt er meer over.

Deel 16 – De kasteelpoort van de voorburcht van kasteel de Nijenborgh is niet de poort zoals we die kennen van de memorietafel uit de 15de eeuw. De poort is vermoedelijk in de 16de eeuw vervangen door de poort zoals ze nu is. Wellicht wel aangelegd in opdracht van Philippe de Montmorency, graaf van Horn en heer van Weert en Nederweert.

Deel 17 – Tussen de voorburcht en hoofdburcht is een stukje muur ontdekt. Dit lijkt de aanzet te zijn voor de brug die over de voormalige gracht lag.