Graaf van Horne (1501-1531)

Graaf Jacob III van Horne

Het geboortejaar van Jacob III is onbekend (ca. 1480). Naar alle waarschijnlijkheid werd hij in Maastricht opgevoed door zijn oom Jan van Horne, prins-bisschop van Luik. Deze schonk Jacob bij diens huwelijk het graafschap, dat hij in 1499 van de pachtheer Vincent van Meurs had teruggekocht.

Net als zijn broer Jan schonk Jacob III van Horne omstreeks 1530 een gebrandschilderd raam aan de vernieuwde Sint-Jacobskerk in Luik. Op het bewaard gebleven dubbele raam is op de ene helft hijzelf als donor afgebeeld, gehuld in een wapenrok met het wapen van Horne en knielend voor een beeld van de Heilige Drievuldigheid. Links staat zijn patroonheilige Sint-Jacob en op de achtergrond is waarschijnlijk het kasteel van Horn afgebeeld. Op de andere helft van het raam zijn zijn twee overleden echtgenotes afgebeeld, Margaretha van Croÿ en Claudina van Savoye, met hun respectievelijke patroonheiligen.

Bron:
  • Boek: Kasteel Horn en zijn bewoners

Huwelijk & Kinderen

Op 14 december 1501 kwamen te Mechelen Jan van Horne, die optrad namens zijn neef, en Karel van Croy, die zijn zus vertegenwoordigde, de voorwaarden overeen voor een huwelijk tussen Jacob van Horne en Margaretha van Croy. Margaretha was een dochter van Filips van Croy-Chimay (die tot 1482 gouverneur van Gelre was geweest) en kleindochter van Vincent van Meurs. Ze was een volle nicht van Jacob III. Door dit huwelijk werden de verhoudingen met de invloedrijke familie Van Meurs flink verbeterd. Bovendien bracht Margaretha een aanzienlijke bruidsschat mee en werden eventuele aanspraken van haar broer Karel van Croy op bezittingen van het graafschap voorkomen.

Margaretha van Croy overleed kinderloos op 4 februari 1514. Nog in hetzelfde jaar, op 4 november, trouwde Jacob met Claudia van Savoye, dochter van hertog Filips van Savoye. Onder de vele adellijke gasten bij het huwelijk was ook Joseph van Montmorency, wiens vrouw en zoon Philippe later een belangrijke rol in het graafschap Horn en de Heerlijkheid Weert zouden spelen.

Ook Claudia overleed kinderloos, op 2 april 1528. Ze werd begraven in de Sint Martinuskerk te Weert. Jacob trouwde in 1530 voor de derde keer, nu met de veertienjarige Anna van Bourgondië, dochter van Adolf van Bourgondië­ Beveren, heer van Veere en admiraal der Nederlanden. Het huwelijk had minder dan een jaar geduurd toen graaf Jacob stierf. Zijn jonge weduwe hertrouwde met Jan van Hennin, graaf van Boussu. Uit dat huwelijk zouden zes kinderen worden geboren. Anna van Bourgondië-Beveren overleed in Boussu in 1551.

Door zijn drie huwelijken had Jacob III familiebanden met belangrijke geslachten kunnen leggen, maar er kwamen geen kinderen die hem hadden kunnen opvolgen.

Leenheffing van Kortessem

Al op 15 oktober 1500 deed Jacob III leenverheffing van Kortessem ‘op dreygenisse (aandringen van) mijn heren Johan van Hornes, bisschop van Ludich’: Hij passeerde daarmee feitelijk zijn vader, die ook door oom Jan was genegeerd bij de teruggave van het graafschap. In aanwezigheid van de prins-bisschop legde Jacob op 27 augustus 1503 in Leveroy een eed af, waarbij hij beloofde de privilegiën van de inwoners van het graafschap Horn en het Land van Weert te eerbiedigen. De officiële leenverheffing door Jacob III van het graafschap Horn vond plaats op 5 mei 1506 voor het Loonse leenhof in Kuringen. Jacob trad toen al vijf jaar, met de gunst van de prins-bisschop, op als graaf van Horne. Toen zijn moeder, Johanna van Gruuthuuse, in 1504 stierf, erfde Jacob van haar het Land van Altena.

Ridder van het Gulden Vlies

Vanaf 1502 probeerde Filips de Schone, hertog van Bourgondië, het opstandige Gelre weer onder Bourgondisch bewind te brengen. In 1505 vroeg de hertog aan Jacob toestemming om troepen te legeren op het kasteel van Horn en in Weert. Dat maakte deel uit van de voorbereiding van de strijd tegen Karel van Egmond, hertog van Gelre. Graaf Jacob bevond zich met een afdeling van Filips’ leger te Neer, toen hij ’s nachts onverhoeds door Gelderse soldaten werd aangevallen, gevangen genomen en naar Roermond werd gebracht. Zijn onderdanen kochten hem vrij voor 4.000 gulden.

In 1505 werd hij in Middelburg geïnstalleerd als ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Dit was waarschijnlijk een beloning voor het feit dat Jacob sinds zijn aantreden altijd de zijde had gekozen van Bourgondië in de strijd tegen her­tog Karel van Gelre. In januari 1506 vergezelde hij Filips de Schone, die naar Spanje reisde om daar ingehuldigd te worden als koning van Castilië.

In 1511 verbleef Jacob in Woudrichem en werd daar opnieuw gevangen genomen door Gelder­se troepen. Op voorspraak van de bisschop van Luik, Everhard van der Marck en van de domproost Jan van Horne, werd hij vrijgelaten, nadat hij had verklaard in de strijd tegen Gelre ‘stille te zitten en zich neutraal te halden’.

In 1519 leidde hij, op verzoek van keizer Karel V een missie naar Engeland, om daar met de Engelse koning Hendrik VIII een verbond te sluiten tegen de Franse koning Frans I.

Graaf Jacob III overleed op 8 augustus 1531 op het kasteel in Weert. (Volgens andere bronnen overleed hij in het Noord-Italiaanse Vercelli op 15 augustus 1531). Hij werd begraven in een crypte voor het Hoogkoor van de Sint-Martinuskerk. Ook twee van zijn echtgenotes liggen hier begraven. In de gewelfschilderingen is het aliantiewapen van Graaf Jacob III en zijn echtgenotes Margaretha van Croy en Claudia van Savoye zichtbaar, omringd met de versierselen van het Gulden Vlies en het jaartal 1520. Zijn familiewapen (met Gulden Vlies) is overigens ook nog steeds deels zichtbaar in de toren van het kasteel op de Biest.

Tijdens archeologisch onderzoek in 1979 werd de grafkelder van Jacob III geopend. De graaf (1531) ligt daar begraven met zijn eerste twee echtgenotes Margaretha van Croy (1514) en Claudia van Savoye (1528). Ook de hartbus van graaf Philippe de Montmorency bleek op de borst van het gebeente van graaf Jacob III te liggen.

De grafzerk waarvan wel nog een tekening bestaat is vermoedelijk in de late 18de eeuw verwijderd uit de kerk en zou wellicht buiten in  het voorportaal als opstapje nog gelegen hebben.